Situatie blauwtong type 8 (BTV-8)
Begin 2026 is bij de grens met Duitsland en Limburg een dier positief bevonden op BTV-8. Het is onbekend hoe dit type zich verder zal verspreiden, maar op basis van ervaringen bij de eerdere uitbraak in Nederland in 2006-2008, heeft dit type zich toen ook verder over Nederland kunnen verspreiden. Er bestaat weinig tot geen kruisimmuniteit tegen verschillende BTV-types. Dit betekent dat de opgebouwde immuniteit tegen het ene type niet automatisch bescherming biedt tegen het andere type. Gelukkig is er voor dit type nu wel een vaccin beschikbaar en bestaat er de mogelijkheid om de dieren middels een vaccinatie te beschermen. Indien u uw dieren tegen BTV-8 wilt laten vaccineren is de vraag of u dit aan uw eigen dierenarts of de praktijk wilt doorgeven. Op basis van de vraag zullen we dit vaccin op voorraad nemen. Dit vaccin kan door de dierenarts tegelijk met het vaccin tegen BTV-3 worden gegeven.
Blauwtong algemeen
BTV is een virusziekte die vooral voorkomt bij schapen en runderen, maar ook andere herkauwers kunnen gevoelig zijn. Verschillende serotypes kunnen bij BTV worden onderscheiden. Besmettingen met BTV kunnen leiden tot wisselende ziekteverschijnselen, van symptoomloos tot zeer ernstig. De verschijnselen die kunnen worden gezien zijn koorts, ontsteking van mond- (m.n. palatum durum en tong) en neusslijmvlies, vochtophopingen over het gehele lichaam, zweertjes aan de uier en zwelling van de kroonranden, waardoor kreupelheid kan ontstaan. Normaliter is de ziekte niet dodelijk en knappen de dieren zonder veel problemen op, maar door complicaties (zoals slecht eten) kan sterfte toch voorkomen.
Runderen vertonen weinig opvallende verschijnselen. De ergste gevallen laten koorts, speekselen en zwelling van de neusspiegel en lippen zien. Ook heeft het virus invloed op de vruchtbaarheid. Vroege embryonale sterfte, abortus en afwijkende vruchten werden maanden na de infectie veel gezien. (Veehouder & veearts, april 2019)
De ziekte verspreidt zich niet via direct contact, maar wordt verspreid door kleine mugjes (Culicoides). Knutten kunnen zich door zelf te vliegen, of met de wind, eenvoudig over grotere afstanden verplaatsen. Hoewel de knutten de belangrijkste overbrengers van blauwtong zijn, mogen ook andere bloedzuigende parasieten en besmette injectienaalden niet worden uitgesloten.
In Nederland is deze ziekte in 2006 voor het eerst vastgesteld. Schapenhouders zagen destijds veel zieke dieren en ook sterfte. Sinds 2012 waren we in Nederland officieel vrij van Blauwtong. In Europa komen meerdere haarden van Blauwtong voor, die met name door 8 serotypes worden veroorzaakt, te weten: BTV-1, -2, -3, -4, -6, -8, -9 en -16.