Bijlage III: Specifieke voorschriften; Sectie I: Vlees van landbouwhuisdieren gehouden hoefdieren Hoofdstuk VI: Noodslachtingen buiten het slachthuis.
Exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten erop toezien dat
vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren waarbij een
noodslachting buiten het slachthuis is uitgevoerd, alleen voor
menselijke consumptie kan worden aangewend indien aan de volgende
voorwaarden voldaan is.
Een voor het overige gezond dier moet een ongeval
gehad hebben waardoor het om welzijnsredenen niet naar het slachthuis
kon worden vervoerd.
Een dierenarts dient een antemortemkeuring
van het dier te verrichten.
Het geslachte en verbloede dier is
zonder nodeloos uitstel onder hygiƫnische omstandigheden naar
het slachthuis vervoerd. Maag en darmen mogen ter plaatse onder
toezicht van de dierenarts worden verwijderd, evenwel zonder
verdere uitslachting. Verwijderde ingewanden moeten het geslachte
dier naar het slachthuis vergezellen, en worden aangeduid als
afkomstig van dat dier.
Indien er tussen de slacht en de aankomst
bij het slachthuis meer dan twee uur verstrijkt, moet het dier
gekoeld worden. Actieve koeling is niet nodig wanneer de weersomstandigheden
dit toelaten.
Een verklaring van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf
die het dier heeft gefokt, waarin de identiteit van het dier,
de toegediende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of
andere behandelingen die het dier heeft ondergaan, de data van
toediening of behandeling en wachttijden zijn vermeld, dient
het naar het slachthuis gebrachte geslachte dier te vergezellen.
Een
verklaring van de dierenarts waarin het gunstige resultaat van
de antemortemkeuring, de datum en het tijdstip van en de reden
voor de noodslachting, naast de aard van de door de dierenarts
op het dier toegepaste behandeling zijn vermeld, dient het naar
het slachthuis gebrachte geslachte dier te vergezellen.
Het geslachte
dier dient geschikt te zijn bevonden voor menselijke consumptie
na een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 854/2004 in het slachthuis
verrichte postmortemkeuring, inclusief eventuele extra tests
in geval van een noodslachting.
Exploitanten van levensmiddelenbedrijven
dienen eventuele instructies van de officiƫle dierenarts na de
postmortemkeuring over het gebruik van het vlees op te volgen.
Exploitanten
van levensmiddelenbedrijven mogen vlees van dieren waarbij een
noodslachting is uitgevoerd, niet op de markt brengen tenzij
het een speciaal gezondheidsmerk draagt, dat niet verward kan
worden met het gezondheidsmerk aangebracht overeenkomstig Verordening
(EG) nr. 854/2004 of het identificatiemerk als bedoeld in bijlage
II, sectie I, van deze verordening. Zulk vlees mag alleen op
de markt worden gebracht in de lidstaat waar de slacht plaatsvindt
en met inachtneming van de nationale wetgeving.
Verordening (EG) nr. 854/2004; Bijlage I: Vers vlees; Sectie II: Maatregelen naar aanleiding van controles Hoofdstuk III: Beslissingen met betrekking tot levende dieren.
4. Dieren die lijden aan een ziekte of aandoening die op dieren
of mensen kan worden overgedragen door contact met of het eten
van het vlees, en meer algemeen dieren die klinische symptomen
van systemische ziekten of sterke vermagering vertonen, mogen
niet voor menselijke consumptie worden geslacht. Deze dieren
moeten afzonderlijk worden gedood, waarbij ervoor moet worden
gezorgd dat andere dieren of karkassen niet verontreinigd worden,
en ongeschikt voor menselijke consumptie worden verklaard.