De voorwaarden voor de noodslachting buiten het slachthuis van
als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren zijn per 1 januari 2006
gewijzigd. Deze voorwaarden staan beschreven in Verordening (EG)
853/2004 (kader 1). Voor een speciale noodslachting komen alleen
dieren in aanmerking welke gezond zijn en om welzijnsredenen niet
levend naar het slachthuis vervoerd kunnen worden, vanwege een
ongeval of vanwege een direct gevaar voor de omgeving. Deze
op de boerderij gedode en verbloede dieren dienen vergezeld te
gaan van de “verklaring voor speciale noodslachting”. De dierenarts
voert, op verzoek van de houder van het dier, de levende keuring
uit en legt de bevindingen vast op de verklaring.
De Verordening (EG) nr. 854/2004 regelt dat dieren die ziekteverschijnselen
van systeemziekten of sterke vermagering vertonen, niet meer voor
menselijke consumptie mogen worden geslacht (kader 2). Dit geldt
ook voor dieren die lijden aan een ziekte of aandoening die op
mensen kan worden overgedragen door contact met of het eten van
het vlees. De dieren mogen wel worden gedood maar moeten ongeschikt
worden verklaard voor menselijke consumptie.
De eigenaar of houder van het dier in nood verklaart waarom hij
/ zij de dierenarts heeft gevraagd het dier te doden. De eigenaar
of houder heeft de primaire verantwoordelijkheid met betrekking
tot volksgezondheid en aangifteplichtige ziekten, en behoort te
weten of er door of namens hem diergeneesmiddelen aan het dier
zijn toegediend. Door ondertekening van de volledig en naar waarheid
ingevulde verklaring neemt de eigenaar of houder de verantwoordelijkheid
dat er geen reden is om aan te nemen dat het dier ongeschikt is
voor humane consumptie.
De dierenarts voert de levende keuring uit en legt de bevindingen
vast. Indien de dierenarts middelen heeft toegediend worden deze
in de verklaring opgenomen. De dierenarts geeft het tijdstip en
de wijze van doden aan en verklaart dat er geen bezwaren zijn tegen
het in keuring nemen van het in nood gedode dier. De dierenarts
ondertekent de volledig en naar waarheid ingevulde verklaring.
Met de verklaring wordt de Voedsel en Warenautoriteit in de gelegenheid
gesteld tot het nemen van een juiste keuringsbeslissing.